ThinkTank

Documentatie

Hoe gebruik je variabelen?

Leer hoe je herbruikbare promptvariabelen aanmaakt, beheert en gebruikt in de systeemprompt van agents binnen je organisatie.

Configuratie

Variabelen zijn herbruikbare tekstblokken op organisatieniveau. Je definieert ze één keer in de Admin-omgeving en gebruikt ze in de systeemprompt van agents binnen je tenant, zowel standaard- als custom agents. Zo houd je tone of voice, bedrijfscontext en vaste instructies consistent zonder copy-paste in elke prompt.

Wat zijn variabelen?

In ThinkTank gebruik je placeholders in systeemprompts om tekst te hergebruiken of dynamisch in te vullen. Er zijn twee soorten: statische variabelen (vaste waarden die je beheert) en magic-variabelen (automatisch ingevuld op basis van context). Beide voeg je als admin toe en beheer je binnen je organisatie.

Gebruik variabelen wanneer je:

  • dezelfde bedrijfscontext in meerdere agents wilt hergebruiken;
  • tone of voice of schrijfregels centraal wilt beheren;
  • prompts wilt personaliseren per gebruiker of organisatie;
  • prompts onderhoudbaar wilt houden (één wijziging, overal doorgevoerd).

Statische variabelen versus magic-variabelen

Statische variabelen Magic-variabelen
Doel Vaste tekst die je over agents heen hergebruikt (bedrijfscontext, tone of voice, …) Dynamische context per gebruiker, organisatie of datum
Beheer Waarde instellen onder Variabelen in de Admin-omgeving Toevoegen in systeemprompts; ThinkTank vult de waarde automatisch in
Wanneer ingevuld Bij elke agent-run, uit je opgeslagen waarde Automatisch in de chat, op basis van de actieve gebruiker, organisatie of huidige datum
Syntax {{ $variabelenaam }} {{ $MAGIC_… }} of {{ now() }}

Statische variabelen

Systeemprompt-onderdelen die je vaak herhaalt over meerdere agents (bijv. bedrijfscontext, tone of voice) kun je opslaan als statische variabele. Elke statische variabele heeft een vaste waarde die ThinkTank injecteert via {{ $variabelenaam }} (bijv. {{ $company_tone }}).

Je maakt en bewerkt statische variabelen onder Variabelen in de Admin-omgeving. Kies een unieke naam die met een letter begint; namen mogen niet met MAGIC_ beginnen.

Magic-variabelen

Magic-variabelen vult ThinkTank automatisch in, afhankelijk van wie de agent gebruikt of welke datum het is. Als admin voeg je ze toe in systeemprompts en bepaal je waar personalisatie nodig is.

Veelgebruikte magic-variabelen:

  • {{ $MAGIC_USER_FULLNAME }}: volledige naam van de ingelogde gebruiker
  • {{ $MAGIC_USER_EMAIL }}: e-mailadres van de ingelogde gebruiker
  • {{ $MAGIC_TENANT_NAME }}: naam van je organisatie
  • {{ $MAGIC_TENANT_ID }}: ID van je organisatie
  • {{ $MAGIC_USER_ROLES }}: rollen van de ingelogde gebruiker (kommagescheiden)
  • {{ $MAGIC_USER_MEMORY[sleutel] }}: opgeslagen gebruikersgeheugen voor de opgegeven sleutel (bijv. {{ $MAGIC_USER_MEMORY[Communication Style] }})
  • {{ now() }}: huidige datum (YYYY-MM-DD)

Voorbeeld in een systeemprompt:

Hallo {{ $MAGIC_USER_FULLNAME }}, je werkt voor {{ $MAGIC_TENANT_NAME }}.
Vandaag is het {{ now() }}.
Onze algemene schrijfregels:
{{ $company_tone }}

Admin-voorbeeldweergave

In de Gerenderde voorbeeldweergave van de systeemprompt zie je statische variabelen ingevuld. Magic-variabelen worden daar niet getoond: die worden pas ingevuld wanneer een gebruiker de agent in de chat opent.

Waar vind je variabelen?

  1. Open de Admin-omgeving.
  2. Kies in het linkermenu Variabelen.

Hier beheer je statische variabelen voor je organisatie. Voor magic-variabelen gebruik je de syntax hierboven rechtstreeks in systeemprompts.

Variabele aanmaken of bewerken

  1. Klik op Variabele aanmaken (of open een bestaande variabele en kies Bewerken).
  2. Vul de velden in:
    • Naam: unieke naam, begint met een letter; alleen letters, cijfers en underscores (bijv. company_tone).
    • Waarde: de tekst die in prompts wordt ingevoegd (tone of voice, richtlijnen, bedrijfsinfo, …).
    • Beschrijving (optioneel): korte uitleg voor collega-beheerders.
  3. Sla op via Variabele aanmaken of Bijwerken.

Tip: Op de detailpagina van een variabele zie je de exacte syntax om in prompts te plakken, bijvoorbeeld {{ $company_tone }}.

Variabelen in de systeemprompt gebruiken

  1. Ga in de Admin-omgeving naar Agents en open de gewenste agent.
  2. Open Systeemprompt.
  3. Plaats variabelen in je prompt met {{ $variabelenaam }}, bijvoorbeeld:
Je bent een copywriter voor {{ $company_name }}.
Volg altijd deze schrijfregels:
{{ $company_tone }}
  1. Sla op via Systeemprompt opslaan.

Rechts in de editor zie je de Gerenderde voorbeeldweergave met ingevulde statische variabelen. Magic-variabelen verschijnen daar niet; die worden pas ingevuld in de chat. Zo controleer je of de prompt klopt voordat gebruikers de agent openen.

Best practices

  • Eén bron van waarheid: bewaar tone of voice, disclaimers en vaste bedrijfsinfo in variabelen, niet verspreid over losse prompts.
  • Duidelijke namen: kies beschrijvende namen (hr_disclaimer, klantgroep_b2b) zodat collega-beheerders snel begrijpen wat elke variabele doet.
  • Gerenderde voorbeeldweergave: controleer de systeemprompt na elke wijziging.
  • Combineer met meta-modellen als je naast personalisatie ook een stabiel AI-model met failover nodig hebt bij custom agents.

Meer hulp

Werkt een variabele niet zoals verwacht? Noteer de variabelenaam en de agent, dan kan support sneller meekijken.

Extra hulp nodig?

Gebruik de Support & Feedback agent in ThinkTank of mail naar support@think-tank.io.